Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 12/01/2016

Starters-bvba komt niet van de grond

3931 keer gelezen

In welke mate is, vijf jaar na de lancering, de starters-bvba succesvol? Op 15 januari 2014 werd al eens een voorzichtige wetsaanpassing doorgevoerd, maar toen werden er negen punten ter verbetering weerhouden. Uiteindelijk werden er slechts twee uitgevoerd:

  • De afschaffing van de verplichting het starters-statuut te verlaten binnen de vijf jaar na oprichting.
  • Het behoud van het statuut ondanks het feit dat er meer dan vijf voltijdse personeelsleden worden tewerk gesteld.

Doelstelling van de wetgever

De wet van 12 januari 2010 die de starters-bvba in het leven riep, was zonder meer bedoeld als crisismaatregel. De memorie van toelichting horende bij het wetsontwerp ingediend op 20 oktober 2009 vangt aan met:

“Dit wetsontwerp vindt zijn oorsprong in de vaststelling dat het voor (jonge) ondernemers steeds moeilijker wordt een eigen onderneming op te richten. De kapitaalinbreng wordt alsmaar vaker beschouwd als een te hoge drempel om de sprong naar het ondernemerschap te wagen. In tijden van economische crisis, is er noodzaak aan initiatieven die het ondernemerschap aanmoedigen.”

Exotische rechtsvormen

Maar er is meer. De vrijheid van vestigingsplaats, duidelijk gesteld door het Europese hof van Justitie, leidt tot een ”light vehicle competitie” tussen de lidstaten.  Het principe van de vrije vestiging is opgenomen in het verdrag van Rome (artikels 49 en 54 van het verdrag met betrekking tot de werking van de Europese Gemeenschap), maar het is de jurisprudentie van het Hof van Justitie die er de modaliteiten en de draagkracht ervan heeft aangescherpt.

Ook de Belgische ondernemer neemt vandaag de dag steeds vaker zijn toevlucht tot meer aantrekkelijke buitenlandse, zeg maar exotische, rechtsvormen. Daarbij bestaat er geen enkele band met het territorium – in casu België - waarbinnen de activiteit werkelijk wordt ontplooid. Ook onze wetgever begreep de noodzaak om een soepel en flexibel juridisch régime te ontwikkelen om mogelijke investeerders te lokken. Of om op zijn minst een exodus te vermijden van bedrijven die reeds in België actief zijn.

Inderdaad vermeldt de bovengenoemde memorie van toelichting:

“Vergelijkt men dit met bestaande systemen in andere Europese landen zoals Frankrijk, Duitsland, Nederland of het Verenigd Koninkrijk, dan stelt men vast dat men daar met een verwaarloosbaar minimumkapitaal of zelfs zonder enig reëel kapitaal een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid kan oprichten. Dat heeft tot gevolg dat steeds meer Belgische ondernemingen hun weg naar deze andere landen vinden, waar ze een vennootschap oprichten zonder kapitaal te investeren, waarna ze hun activiteit in België uitoefenen via een Belgisch bijkantoor. Deze techniek wordt door diverse buitenlandse agentschappen gepromoot. Zij bieden een volledig “pakket” aan en zijn bereid alle nodige formaliteiten te vervullen voor het oprichten van een onderneming in het buitenland.”

Belangrijkste kenmerken van de S-BVBA

1. Maatschappelijk kapitaal

De S-BVBA, als variant van de gewone BVBA,  kan worden opgericht met een maatschappelijk kapitaal van minimum 1 euro en met een maximum van 18.549 euro. Ook de volstoring hoeft niet meer te bedragen dan 1 euro, met die verstande dat ook de S-BVBA onderhevig blijft aan de tweede alinea van artikel 223, namelijk dat een vijfde van het maatschappelijk kapitaal moet worden volstort.

In de praktijk betekent dit dat, zolang de onderneming zijn startersstatuut behoudt, de toepassing van de alarmbelprocedure en de mogelijkheid van gerechtelijke ontbinding (wanneer het totaal nettoactief verminderd is tot 6.200 euro) onmogelijk wordt gemaakt.

2. Volstorting

Omgekeerd dient de volstorting te gebeuren op het ogenblik dat het startersstatuut wordt verlaten. De oorspronkelijke wet voorzag de beëindiging van dat startersstatuut als een automatisme hetzij vijf jaar na de oprichting, hetzij van zodra het bedrijf meer dan vijf voltijdse personeelsleden in dienst heeft. Net deze voorwaarden werden met de wetswijziging van 15 januari 2014 afgeschaft.

3. Businessplan

In tegenstelling tot de gewone BVBA voorziet de wet uitdrukkelijk in de opmaak van een kwalitatief businessplan, dat wordt nagekeken door een financieel beroeper.

4. Winst

In afwijking met de bepalingen met betrekking tot de gewone bvba, waar jaarlijks 5% van de winst moet voorbehouden worden in reserves tot één tiende van het maatschappelijk kapitaal is bereikt, dient de S-BVBA jaarlijks 25% van de winst naar reserves over te hevelen tot het niveau bereikt wordt waarbij het verschil tussen maatschappelijk kapitaal en reserves de 18.550 euro heeft bereikt.

5. Natuurlijke personen

De Starters bvba wordt uitsluitend voorbehouden voor natuurlijke personen. Uiteraard is de S-BVBA in eerste instantie bedoeld voor echte beginnelingen. Toch belet niets om mensen met eerdere ervaringen – die bijvoorbeeld in het verleden een faillissement hebben meegemaakt, of eerst zijn opgestart met een eenmanszaak - om een S-BVBA op te starten. Bovendien wilde de wetgever beletten dat eenzelfde ondernemer oprichter zou worden van meerdere S-BVBA’s (tegelijk). Wie wel overgaat tot oprichting van meerdere S-bvba’s verliest ontegenzeggelijk zijn beperkte aansprakelijkheid met betrekking tot elke starters-bvba die na de eerste wordt opgericht. Bovendien mogen oprichters van S-BVBA’s niet beschikken over aandelen in andere ondernemingen met beperkte aansprakelijkheid die het volume van 54% van het stemrecht overschrijden. Ondanks het feit dat Graydon iets dergelijks kan verifiëren en bevestigen stellen we vast dat de notaris zich beperkt tot een verklaring op eer vanwege de oprichters.

6. Aansprakelijkheid

De beperkte aansprakelijkheid binnen de starters-bvba word niet rechtstreeks gekoppeld aan het minimum vereist kapitaal. De oprichters zijn, bij faillissement binnen de drie jaar na oprichting, in solidum verantwoordelijk voor de verplichtingen van de firma indien het eigen vermogen en de beschikbare middelen bij oprichting onvoldoende waren om de normale werking van de firma te garanderen gedurende de eerste twee jaar na de oprichting. Na drie jaar zijn de oprichters verantwoordelijk voor het verschil tussen het maatschappelijk kapitaal en het minimum kapitaal voor de klassieke bvba van 18.550 euro. De zeer beperkte aansprakelijkheid die het vereiste minimum kapitaal voor de S-BVBA doet vermoeden, wordt hiermee verregaand uitgehold.

Evolutie en verhoudingen voor de S-BVBA

Oprichtingen S-BVBA.png

In het aanvangsjaar 2010 werden 462  S-BVBA’s opgericht. In hetzelfde jaar werden er al 59 omgevormd naar bvba.

In 2011 waren dat er 634 (waarvan 65 voor het jaareinde werden omgevormd naar BVBA) , 512 in 2012 (waarvan 60 omgevormd naar bvba), 602 in 2013 en 716 in 2014.

Stopzettingen S-BVBA.png

Los van de omvormingen van S-BVBA naar BVBA noteren we, rekening houdend met het aantal stopzettingen, een stagnerende aanwas van het aantal S-BVBA’s. Dit terwijl de het aantal BVBA’s in 2014 zelfs met 1.260 entiteiten afnam en het aantal buitenlandse vennootschapsvormen verder steeg. De laatste twee fenomenen worden gerelateerd aan onder meer de verhoging van de liquidatiebonus (zie hiervoor de Graydon-studie ‘Evoluties in het bedrijvenlandschap’ blz. 8 en blz. 63).

Overlevingsgraad S-BVBA.png

Bovendien is er een duidelijk verschil in overlevingsgraad. Van alle S-BVBA’s die in 2010 werden opgericht (de S-BVBA’s die omgevormd zijn naar BVBA sluiten we uit van de berekening van de overlevingsgraad), bestaan er op het einde van het derde kwartaal 2015 nog 62,28%. Bij BVBA’s en organisatievormen naar Buitenlands recht liggen de overlevingsgraden boven de 80%.

Het succes van de S-BVBA blijkt dus gering. Vergelijken we dit met de gewone BVBA dan evolueerde dit van 1 per 45 oprichtingen in 2010 naar 1 op 21 in 2014. Dit is echter vooral het gevolg van het minder aantal oprichtingen van BVBA’s sinds 2012. Bovendien wordt het grootste aantal bedrijven nog steeds opgericht als eenmanszaak. De S-BVBA blijft dus een marginaal verschijnsel.

Evolutie en verhoudingen voor de vennootschappen naar buitenlands recht

Dit staat in sterk contrast met het hogere aantal oprichtingen van buitenlandse rechtsvormen met een duidelijke piek in 2014. Met betrekking tot de buitenlandse rechtsvormen moeten we afgaan op activatiedatum van het filiaal in België. In de meeste gevallen is de basisbron de activatiedatum zoals vermeld in de KBO.

Deze categrorie omvat zowel Belgische bedrijven met een ondernemingsnummer in België, als Belgische bedrijven die hun zetel in het buitenland oprichten, maar wel in België actief zijn (bv. de oprichting van een LTD. Company in het Verenigd Koninkrijk of op één van de kanaaleilanden). Een belangrijk deel van deze groep bestaat uit grotere buitenlandse ondernemingen die voor hun activiteiten wel een Belgisch ondernemingsnummer dragen en vaak ook een filiaal-vestiging in België opzetten. Op papier vindt dan de echte bedrijfsvoering en vooral besluitvorming buiten België plaats. De top 5 van dergelijke ondernemingen situeert zich achtereenvolgens in Nederland, Frankrijk, het Verenigd koninkrijk, Duitsland en Luxemburg. Sectoraal zijn de groothandelaars het belangrijkste in aantal, gevolgd door de dienstverlening aan bedrijven, de bouwnijverheid, de kleinhandel en de transportsector.

In 2014 werden er 3.230 Buitenlandse vennootschapsvormen opgericht in België. Daarnaast werden er 30 Europese vennootschappen opgericht.

Een storm van kritiek

Uit de verdere analyse blijkt dat de Starters-BVBA allesbehalve een onverdeeld succes kan genoemd worden. Van bij het begin was de format onderhevig aan hevige kritiek.

Startkapitaal

De vraag kan al gesteld worden in welke mate een vennootschap die opgericht wordt met één euro startkapitaal beantwoordt aan de realiteit. Met de oprichting gaan kosten gepaard, meer zelfs dan bij de oprichting van een gewone bvba, waardoor het eigen vermogen vanaf de oprichting rood kleurt.

Met bijzondere nadruk wordt de vraag gesteld in welke mate een schuldeiser, banken in het bijzonder, bereid is zich te engageren voor een bedrijf zonder initieel startkapitaal. Sowieso zal het eigen vermogen tussen de 15% en 30% van de gevraagde lening moeten bedragen. Tenzij natuurlijk dat de oprichter bereid is zich garant te stellen met privé-patrimonium. In dat laatste geval wordt de essentie van de vennootschapsvorm met beperkte aansprakelijkheid in de kiem gesmoord.

De verplichting tot bijstand van een cijferberoeper biedt geen enkele waterdichte garantie op de overlevingskansen van de jonge onderneming. Bovendien impliceert dit een belangrijke kost bij oprichting.

Ervaring

Verder verantwoordt het mogelijk gebrek aan ervaring vanwege de oprichter(s) helemaal niet het verschil in behandeling tussen de starters-bvba en de gewone BVBA.

Perceptie

De S-BVBA worstelt op zijn minst met een perceptieprobleem. Het vertrouwen van de financiers – zowel banken als leveranciers - is uiterst gering. De oprichting van de S-BVBA moet systematisch bestudeerd worden in overleg met de cijferberoeper. In de praktijk zal de overweging tot oprichting van een S-BVBA puur berusten op fiscale gronden. Inderdaad zal de cijferberoeper zelden een vennootschapsvorm aanraden zolang de voorziene winsten niet boven een bepaald niveau uitstijgen.

In wezen is ondernemerschap stimuleren minder een zaak van nieuwe vehikels creëren. Maar des te meer een blijvend werken aan een mentaliteit die ondenemerschap aanvaardbaar maakt. Zie hiervoor ook het opiniestuk: “Een frietkraam openen is ook ondernemen” dat op de laatste pagina verscheen van De Standaard van dinsdag 13 oktober 2015. Een artikel waarvan u een aangepaste versie ook op onze blog kunt nalezen onder de titel “Superstartup deprimeert jonge generatie”.