Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 06/12/2017

Schoonheidsfoutjes in nieuwe insolventiewet zijn niet ongevaarlijk

179 keer gelezen

Boek XX bundelt en moderniseert de bestaande insolventiewetgeving in ons land. Die vernieuwing was hoognodig, maar de daadkracht van Justitie heeft ook een schaduwzijde. ‘Er zitten nog heel wat schoonheidsfoutjes in de wet’, waarschuwt professor en specialist insolventierecht Melissa Vanmeenen. ‘En die kunnen grote gevolgen hebben.’

Afgelopen zomer gestemd door de Kamer, deze herfst gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en komend voorjaar van kracht: het nieuwe Boek XX heeft de procedures opvallend snel doorlopen. En hoewel de nieuwe insolventiewet voornamelijk de bestaande wetgeving bundelt, zitten er enkele opvallende (en nodige) vernieuwingen in: het brede ondernemersbegrip, de nadruk op de tweede kans en de verdere digitalisering van de insolventieprocedure

De aanpak van minister van Justitie Koen Geens om met een kleine groep experten snel te schakelen, werpt zijn vruchten af. Maar op de Graydon Inspiration Session van 4 oktober plaatsten experten toch enkele kritische kanttekeningen.

‘Ik twijfel niet aan de goede intenties van de wet’, zei Melissa Vanmeenen, hoofddocent insolventierecht en handelsrecht aan de Universiteit Antwerpen. ‘Maar de wet heeft verschillende auteurs en is relatief snel geschreven. Daardoor zitten er fricties in. Het is belangrijk dat die er zo snel mogelijk uitgehaald worden.’

Vakbonden failliet?

Veel van de fricties zijn technische details. Zo komt de omschrijving van de nieuwe term ‘insolventiefunctionaris’ niet overeen met de Europese omschrijving ervan. In de Belgische wet is een gerechtsbemiddelaar bijvoorbeeld géén insolventiefunctionaris. Volgens Europa wél. Een vervelende fout, maar eentje die gemakkelijk kan worden opgelost. Dat geldt niet voor andere schoonheidsfoutjes.

De nieuwe insolventiewet hanteert een gemoderniseerd en breder ondernemersbegrip. Kort door de bocht: binnenkort kan iedereen die geen werknemer is en toch een inkomen verwerft, failliet gaan. Er valt heel wat te zeggen voor dat brede begrip. Het voelt rechtvaardig dat iedereen die ‘onderneemt’ - gaande van een regelmatige rommelmarktverkoper tot een vzw waarvan de leden zichzelf geld uitkeren - ook failliet kan gaan. Maar zoals Vanmeenen terecht opmerkt: de praktische uitwerking van dit principe is nog voer voor discussie. Hoe bepaal je het vermogen van de vzw? En wat met een organisatie zoals de vakbond? Kan die dan ook failliet gaan? Hoe regel je dat?

Helemaal problematisch wordt het bij de overdracht onder gerechtelijk gezag. Daar heeft de nieuwe insolventiewet nagelaten om een antwoord te bieden op een belangrijke uitspraak van het Europese Hof van Justitie.

Smallsteps

Waar gaat het over? Het wetsvoorstel bevatte oorspronkelijk ook een‘stil faillissement’. Dat bood bedrijven in moeilijkheden de mogelijkheid om naar de rechtbank van koophandel te stappen met de vraag om een faillissement voor te bereiden zonder dat dit aankomende faillissement wordt gepubliceerd. Een mogelijk die verregaande gevolgen zou hebben voor leveranciers of klanten en – laten we eerlijk zijn – ook voor bedrijfsinformatiekantoren zoals Graydon. 

In Nederland bestaat er al een dergelijk ‘prepack-faillissement’, maar daar leidde het recent tot problemen. Toen in 2014 het kinderopvangbedrijf Estro failliet ging, maakte het gebruik van een prepack om onmiddellijk te kunnen doorstarten onder de nieuwe naam Smallsteps. De nieuwe vennootschap nam enkel een beperkt deel van de werknemers over. De vakbond trok daarop naar de rechtbank, die op zijn beurt advies vroeg aan het Europese Hof. In juni gaf het Hof de vakbond gelijk. Werknemers van bedrijven die na een faillissement doorstarten, mogen niet zomaar ontslagen worden. Ze genieten dezelfde rechten als personeel bij een gewone overname. 

In België haalde het stil faillissement uiteindelijk de wet niet, maar daarmee zijn de problemen niet van de baan. Boek XX bevat immers nog steeds een zogenaamde overdracht onder gerechtelijk gezag. Hierbij stelt het gerecht een mandataris aan die op zoek gaat naar een overnemer voor het bedrijf in moeilijkheden. Een prepack, maar dan volledig transparant. Tot op vandaag geldt dat de overnemer mag kiezen of hij (een deel van) het personeel mee overneemt. Maar sinds de zaak tegen Smallsteps heeft het betrokken personeel stevige munitie in handen om een eventueel ontslag juridisch aan te vechten. 

Nog niet te laat

Boek XX wil vernieuwing, verduidelijking en modernisering. ‘In het algemeen is Geens in die opzet geslaagd’, besloot Vanmeenen op 4 oktober. ‘De wet is een vooruitgang. Maar er zitten schoonheidsfoutjes in, vooral juridisch-technisch.’ Die foutjes kunnen een grote impact hebben, maar het is nog niet te laat. ‘De minister heeft nog tot mei 2018 tijd om hier iets aan te doen.’ 

Laten we hopen dat we het laatste van die daadkracht nog niet hebben gezien. 

Lees wat de nieuwe insolventiewet voor u betekent en download het e-paper:
Boek XX: de nieuwe insolventiewet