Artikel
Geschreven door Matthias Marck
Posted on 08/12/2015

Wet Potpourri I regelt ‘snelle betaling’ voor bedrijven

1049 keer gelezen

Het wetsontwerp over de wijziging van het burgerlijk procesrecht - beter bekend als ‘Potpourri 1’ – is afgelopen maand gestemd in de Kamer. Voor bedrijven springt vooral de nieuwe regeling voor de invordering van onbetwiste schulden in het oog. Maar wat verandert er nu precies? De essentie van de nieuwe wet in vijf vragen en antwoorden.

1. Wat is de wet Potpourri?

De officiële benaming van Potpourri I is ‘de wetswijziging van het burgerlijk procesrecht en diverse bepalingen inzake justitie’. Het gaat om een reeks wijzigingen in het Gerechtelijk Wetboek die kaderen in het justitieplan van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Met dat plan streeft Geens naar een efficiënter gerecht, door de druk op justitie te verlichten. Denk: administratieve vereenvoudiging en zoveel mogelijk geschillen weghouden uit de rechtbank, zodat justitie zich kan richten op haar kerntaken.

Potpourri bevat een grote reeks wetswijzigingen. Zo wordt de verjaringstermijn voor zware misdrijven opgetrokken naar twintig jaar. Dit is de belangrijkste reden waarom Potpourri I snel gestemd moest worden, omdat de misdaden van de Bende van Nijvel dreigden te verjaren op 24 oktober.

Naast een verhoging van de verjaringstermijn, worden onder meer de kamers bestaande uit drie rechters in grote mate afgeschaft en wordt het voor bepaalde zaken moeilijker om in beroep te gaan. Een van de meest opvallende onderdelen van de wet, is de nieuwe procedure voor het invorderen van onbetwiste geldschulden tussen handelaren.

2. Wat valt er allemaal onder ‘onbetwiste geldschulden’?

‘Onbetwist’ betekent dat het om een vaststaande en duidelijk opeisbare som geld gaat tussen professionelen met een ondernemingsnummer.

In de praktijk gaat het vooral om bedrijven die speculeren met schulden. Ze gaan met andere woorden rechtsgeldige facturen bewust niet betalen, omdat ze weten dat de schuldeiser misschien niet de moeite zal nemen om door te zetten. Een gerechtelijke invorderingsprocedure is immers niet goedkoop.

Let wel, zodra er de minste betwisting is, geldt de nieuwe procedure niet en moet het geschil beslecht worden door de rechtbank.

3. Hoe werd een onbetwiste schuld vroeger geregeld?

De schuldeiser had tot voor kort de keuze: een minnelijke poging tot invordering of een gerechtelijke invordering. Het belangrijkste verschil tussen beide opties is een zogenaamde uitvoerbare titel, een document dat een deurwaarder de macht geeft om goederen of geldmiddelen in beslag te nemen om de schuld van zijn klant te innen.

Bij een minnelijke poging kan een schuldeiser een incassobureau, advocaat of deurwaarder inschakelen, die in zijn plaats de schuld proberen innen. Zonder tussenkomst van de rechter, had de deurwaarder tot voor kort echter geen recht om iemand echt iets af te dwingen. Betaalde een debiteur alsnog, dan was het vrijwillig.

De enige manier om een schuld afdwingbaar te maken, was een advocaat onder de arm nemen die vervolgens een gerechtelijke invorderingsprocedure kon starten bij de rechtbank. De rechter boog zich over schuld en de eventuele discussie tussen schuldeiser en schuldenaar, om daarna een vonnis uit te spreken. Met dat vonnis, kon de schuldeiser een deurwaarder aanstellen die mét een uitvoerbare titel de schuld kon afdwingen.

Omdat veel schuldeisers opzien tegen de opstartkosten van een procedure en gerechtskosten, bleven tot op vandaag veel onbetwiste schuldvorderingen onbetaald.

4. Hoe kunnen we in de toekomst een onbetwiste schuld vorderen?

Alles begint bij de advocaat: hij oordeelt of het om een onbetwiste schuld gaat en of de zaak in aanmerking komt voor een ‘snelle betaling’. Beslist hij van wel, dan gaat het dossier naar de gerechtsdeurwaarder.

De gerechtsdeurwaarder stuurt de schuldenaar een aanmaning om binnen één maand te betalen. Hierbij wordt een soort antwoordformulier gevoegd, zodat een schuldenaar de kans krijgt om de schuld alsnog te betwisten of betalingsfaciliteiten aan te vragen.

Volgt er geen betaling, gemotiveerde betwisting of worden er geen betalingsfaciliteiten overeengekomen, dan heeft de gerechtsdeurwaarder een uitvoerbare titel inzake onbetwiste schulden. De Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders zal een ‘Centraal register voor de invordering van onbetwiste schulden’ oprichten, dat individuele gerechtsdeurwaarders uitvoerbare titels kan verlenen.

De gerechtsdeurwaarder kan vervolgens overgaan tot beslag.

5. Is dit een positieve of negatieve maatregel voor bedrijven?

We nemen een voortrekkersrol met deze nieuwe procedure. Verschillende bronnen bevestigen dat België de eerste EU-lidstaat is die de invordering van geldschulden tussen ondernemingen buiten de rechtbank plaatst. Aangezien een Europese richtlijn aan de basis ligt van deze wet, zullen op termijn ook de andere lidstaten volgen.

Voorstanders van de ‘snelle betaling’, benadrukken dat de nieuwe procedure goedkoper en sneller is. Of het daadwerkelijk goedkoper is, durf ik niet te bevestigen. Er moet nog steeds een advocaat ingeschakeld worden en ook de gerechtsdeurwaarder moet tot twee keer toe tussenkomen. De kosten van de administratieve procedure kunnen met andere woorden nog steeds hoog oplopen. Dat er nu sneller een schuld kan gevorderd worden, staat echter vast. In België sleept een rechtszaak immers gemiddeld bijna 17 maanden aan. Dergelijke aanslepende achterstallige betalingen zijn heel schadelijk voor bedrijven. Ook zal de nieuwe procedure de praktijk van debiteuren die speculeren met schulden ontmoedigen.

Er zijn echter ook tegenstanders van de nieuwe wet. Zij wijzen op de toegenomen macht van de deurwaarder en het gebrek aan objectiviteit. Advocaten en deurwaarders dienen immers vooral hun klant. Ook kan het plots gevaarlijk worden om niet tijdig of correct op een aanmaning te reageren: u riskeert immers sneller met een uitvoerbare titel geconfronteerd te worden.