Artikel
Geschreven door Sven Persoone
Posted on 14/01/2019

Risicobeheer, een sleutelbegrip in de uitzendsector

93 keer gelezen

De uitzendsector kan financieel sterke cijfers voorleggen. 82% van de spelers vertoont bijvoorbeeld geen enkel knipperlicht. Risicobeheer is dan ook een sleutelbegrip in de sector. Het maakt deel uit van een goed bestuur en is essentieel om de continuïteit te kunnen waarborgen. Hoe de spelers daar concreet mee omgaan, vertellen Pieter Van Hemele, co-CEO van Talentus, en Katty De Keyzer, Operations Director van ASAP HR Group.

Download ook de sectorfiche

Graydon Sector Insights: uitzendarbeid

Risk management stelt een onderneming in staat om beter te anticiperen op mogelijke bedreigingen. Dat gebeurt door eerst op zoek te gaan naar waar die bedreigingen zich precies bevinden en uit te zoeken hoe groot de kans is dat ze zich ook effectief voordoen. Hoe gaat u daar als ondernemer vervolgens mee om als u dat weet? Dat is de volgende stap. Tot slot komt het er ook op aan om risico’s te monitoren en te rapporteren. Alleen zo krijgt u ze effectief onder controle.

‘Met het oog op risicobeheer maken wij een onderscheid in verschillende types klanten‘, legt Pieter Van Hemele uit. ‘Elke klant onderwerpen we dagelijks aan een kredietwaardigheidsanalyse. Daarbij wegen we de DSO af ten opzichte van hun kredietwaardigheid.’

Verspreid risico

Voor Talentus doet de grootte van de firma niet ter zake, enkel hun kredietwaardigheid is relevant.

‘We hebben geen klanten waar we tientallen krachten tewerkstellen. Inhouses zijn niet aan ons besteed. Ons individuele risico per klant is dan ook veel beperkter dan bij spelers zoals Randstad of ASAP HR Group bijvoorbeeld. Zij draaien bij sommige partijen een omzet van misschien wel 5 of 6 miljoen euro. Als zo’n klant plots ophoudt te betalen, dan zit je natuurlijk met een liquiditeitsprobleem. Het zal ons niet zo gauw overkomen omdat we niet met zulke grote klantenportefeuilles zitten. Het risico is veel meer verspreid.’

Solvabiliteitscheck

ASAP HR Group heeft een iets andere aanpak om zich te beschermen tegen wanbetalingen en liquiditeitsproblemen die daarmee gepaard kunnen gaan.

‘Het is telkens het lokale kantoor dat een inschatting maakt van het risico dat wordt aangegaan’, legt Katty De Keyzer uit. ‘Voor elke prospect zal het lokale management eerst een solvabiliteitscheck uitvoeren. Graydon voedt ons met gegevens over kredietwaardigheid en groeiperspectieven. We hebben die data nodig om de beste beslissingen te kunnen nemen. Uiteraard willen we weten of de bedrijven waarmee we in zee gaan financieel gezond zijn. We willen achteraf niet in de problemen komen.’

De prospectie zelf gebeurt bij ASAP HR Group veelal vanuit de kennis die elk lokaal kantoor heeft over zijn regio.

‘Sterk data-driven en aangestuurd door het hoofdkantoor gebeurt dat niet’, zegt De Keyzer. ‘Nog niet. Vermoedelijk zal dat in de toekomst wel meer het geval zijn. Er wordt in ieder geval aan gewerkt.’

Angst voor starters ongegrond

ASAP HR Group mikt voluit op gevestigde waarden als klanten. ‘Grote bedrijven met naam en een flinke omzet houden weinig financiële risico’s in. Ze worden overigens goed gemonitord. Het enige wat kan gebeuren, is dat ze de betalingstermijn oprekken.’

Uit recente onderzoeken en studies, zoals de startersatlas die Graydon elk jaar publiceert in samenwerking met Unizo en UCM, blijkt dat 4 op de 5 starters na vier jaar nog steeds actief is. Het klopt dat ze financieel broos zijn, omdat ze vaak zware investeringen moesten aangaan. Om die reden staan wel meer spelers weigerachtig om met startende ondernemers aan de slag te gaan.

‘Nuancering is hier niettemin op zijn plaats want ook starters kunnen vaak erg geschikte klanten zijn’, zegt sector expert Glenn Philips. ‘Veel hangt natuurlijk af van wie aan het hoofd staat. Heeft de zaakvoerder een verleden van faillissementen, dan wordt het een heel ander verhaal. Hoe fors heeft dit bedrijf zich in de schulden gestoken? Ook dat is belangrijk om te weten. Maar als we geen negatieve antecedenten zien, dan heeft Graydon alle reden om deze beginnende bedrijven net zo goed een positieve score te geven.’