Artikel
Geschreven door Brenda Lioris
Posted on 13/06/2018

Rechtbank van koophandel wordt ingewisseld voor de Ondernemingsrechtbank

928 keer gelezen

De rechtbank van koophandel verdwijnt. Zij wordt omgevormd tot ondernemingsrechtbank. Die nieuwe rechtbank is bevoegd voor alle geschillen rond ondernemingen. Aangezien het ondernemingsbegrip voortaan heel ruim wordt opgevat, is de nieuwe rechtbank voortaan ook bevoegd voor bijvoorbeeld landbouwers, vzw’s en vrije beroepers.

Geschillen tussen ondernemingen

De ondernemingsrechtbank is in eerste aanleg bevoegd voor alle geschillen tussen ondernemingen, tenzij ze onder de bijzondere bevoegdheid van andere rechtscolleges vallen. Het formeel ondernemingsbegrip is het aanknopingspunt voor de bepaling van de bevoegdheid van de ondernemingsrechtbank. Dit betekent concreet dat de ondernemingsrechtbank bevoegd is voor geschillen tussen:

  • alle natuurlijke personen die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefenen, dus ook bijvoorbeeld vrije beroepers;
  • alle rechtspersonen, behalve publiekrechtelijke rechtspersonen die geen goederen of diensten aanbieden op de markt en de federale overheid en haar gedecentraliseerde entiteiten;
  • alle andere organisaties zonder rechtspersoonlijkheid, tenzij ze niet aan winstuitkering doen of dat niet beogen te doen.

Opgelet!  Voor de natuurlijke personen met een zelfstandige beroepsactiviteit is de ondernemingsrechtbank niet bevoegd voor geschillen over handelingen die kennelijk vreemd zijn aan de onderneming. Bij twijfel is de ondernemingsrechtbank dus wel bevoegd, gezien het marginaal toetsingsrecht.

De ondernemingsrechtbank is ook bevoegd voor vorderingen tegen een onderneming, zelfs wanneer de eisende partij geen onderneming is.

Bijzondere bevoegdheden

Geschillen over wisselbrieven en orderbriefjes behoren tot de bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsrechtbank.

De ondernemingsrechtbank behoudt verder dezelfde bijzondere bevoegdheden als de vroegere rechtbank van koophandel, al worden enkele oude bevoegdheden wel gebundeld in een meer algemene bepaling. Zo vermeldt de wet dat de ondernemingsrechtbank kennis neemt van ‘geschillen over een vereniging met rechtspersoonlijkheid, stichting of vennootschap (behalve verenigingen van mede-eigenaars) en geschillen die ontstaan zijn tussen voormalige, actuele of toekomstige vennoten of leden met betrekking tot de betrokken vennootschap, stichting of vereniging’.

Vordering tot staking

Voorheen was de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg bevoegd om de staking te bevelen van de door de vrije beroepers geleverde intellectuele prestaties. Nu is dat een bevoegdheid van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank.

Rechters in ondernemingszaken

De ondernemingsrechtbank bestaat uit een rechter in de ondernemingsrechtbank (de voorzitter) en uit rechters in ondernemingszaken. De benoemingsvoorwaarden voor de rechters in ondernemingszaken worden aangepast aan het nieuwe ondernemingsbegrip. Zo kunnen in de toekomst  bijvoorbeeld ook vrije beroepers, landbouwers en vertegenwoordigers van de verenigingssector benoemd worden tot rechters in ondernemingszaken. Ook advocaten en notarissen – die ondernemingen zijn – kunnen dus benoemd worden als rechter in ondernemingszaken.

Het verruimde rekruteringsveld strekt zich uit tot kandidaten:

  • die een onderneming (met Belgische hoofdvestiging) hebben geleid;
  • die een representatieve professionele of interprofessionele organisatie of federatie van ondernemingen geleid hebben, met inbegrip van een orde of instituut van een vrij beroep, of een andere representatieve professionele of interprofessionele vereniging in de nijverheids- of de verenigingssector;
  • die vertrouwd zijn met het bestuur van een onderneming en met boekhouden (bijvoorbeeld bedrijfsrevisoren, accountants, erkende boekhouders).

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 15 april 2018 treedt in principe in werking op 1 november 2018. Een KB kan wel nog een vroegere datum vastleggen.

De nieuwe regels rond de rechters in ondernemingszaken traden in werking op 27 april 2018.