Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 26/05/2015

Procedure onbetwiste schuldvorderingen door ministerraad goedgekeurd

200 keer gelezen

Op 8 mei jongstleden keurde de ministerraad het wetsontwerp Burgerlijk Procesrecht van Koen Geens goed. Dat ontwerp heeft de ambitie om de rechtspleging te moderniseren en procedures sneller en efficiënter te laten verlopen. Een van de elementen van die wet voorziet in een snelle en buitengerechtelijke procedure voor achterstallige betalingen in de B2B.

Voor alle duidelijkheid: deze wet behandelt de manier waarop vorderingen die de vervaldag hebben overschreden via een procedure kunnen geïnd worden. De wet ter bestrijding van betaalachterstanden waar ik in een eerdere blog over schreef, regelt vooral de manier waarop bedrijven tot betaalafspraken moeten komen én de schadevergoeding bij achterstallige betaling.

De summiere rechtspleging met betrekking tot onbetwiste, maar achterstallige schulden wordt dus hervormd. Tot nog toe kon die procedure louter via gerechtelijke weg en was die vrij zwaar.

Van juridische naar administratieve aanpak

Het goedgekeurde wetsontwerp stapt af van een procedure voor de rechtbank. Het voorziet een louter administratieve aanpak waarbij beroep wordt gedaan op een advocaat en een gerechtsdeurwaarder. Het mikt op een snelle inning van niet-betwiste, onbetaalde facturen in de B2B.

Hierbij stapt de schuldeiser met zijn achterstallige betaling naar een advocaat. Die oordeelt als eerste of de vordering in aanmerking komt voor de procedure en schakelt dan een gerechtsdeurwaarder in. Als die vaststelt dat de vordering an sich niet betwist wordt, start hij een procedure op waarbij de rechter niet hoeft tussen te komen. De gerechtsdeurwaarder speelt dan een cruciale rol bij de invordering van de schuld. Zo kan hij bijvoorbeeld een afbetalingsplan opstellen. Wordt vervolgens de schuld niet volgens de nieuwe afspraken afgelost, dan zal de gerechtsdeurwaarder een proces-verbaal opstellen.

In principe zou deze procedure voor de schuldeiser drempelverlagend moeten werken én goedkoper moeten zijn. Ook voor de schuldenaar trouwens, die de kosten draagt.

Uitbreiding naar consumenten

Net zoals met de betaalwet van 2013 geldt de regeling hier enkel voor cases binnen de B2B. Ze geldt niet voor particuliere schuldenaars. Hierdoor wil de wetgever vermijden dat de zwakke consument, die dikwijls minder juridische kennis heeft, zich zou laten inpakken door de bedrijven. Toch zou het de bedoeling zijn mettertijd het systeem van de snelle betaling te evalueren en trapsgewijs uit te breiden naar de consumenten.

Dat bedrijven nog steeds kampen met facturen die te laat betaald worden, bleek alvast uit de laatste studie over het betaalgedrag.

Download de volledige studie