Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 13/11/2017

Overheid moet zich beter wapenen tegen spookbedrijven

55 keer gelezen

Het is een goede zaak dat de overheid de strijd aanbindt met de slapende vennootschappen in ons land. Maar de nieuwe wetgeving volstaat niet: de definitie van slapende vennootschap is beperkt en het ontbreekt de kamers voor handelsonderzoek aan middelen. Jammer, want spookbedrijven vormen een bedreiging voor onze economie.

Of je nu voor- of tegenstander bent, het moet gezegd: minister van Justitie Koen Geens toont daadkracht. Met de nieuwe insolventiewet is hij erin geslaagd om op korte tijd de gefragmenteerde en verouderde wetgeving rond faillissementen te bundelen en te moderniseren. Hoewel het nieuwe ‘Boek XX’ pas in mei 2018 in werking treedt, zijn ondertussen al verschillende spin-offs in voege. Zo kunnen schuldeisers bij een faillissement sinds 1 april dit jaar hun vorderingen al digitaal indienen via het platform RegSol.  

Slapende vennootschappen opdoeken

Ook al in werking sinds juni: de snelle procedure om slapende vennootschappen op te doeken. Tot enkele maanden geleden vroeg de opruiming van dergelijke spookbedrijven heel wat werk van de rechtbanken. In mei keurde de Kamer een wetsvoorstel goed dat de rechtbanken van koophandel de mogelijkheid geeft om - op vraag van het openbaar ministerie of andere belanghebbenden - onmiddellijk de ontbinding uit te spreken over een slapende vennootschap. Daarbij is ook de definitie verstrengd. Tot mei kreeg een vennootschap de titel ‘slapend’ wanneer ze drie jaar op rij geen jaarrekening heeft ingediend. Vandaag kan elke vennootschap die zeven maanden na de afsluitdatum geen jaarrekening heeft ingediend, ontbonden worden als spookbedrijf.

En last but not least: de kamers voor handelsonderzoek (binnenkort de kamers voor ondernemingen in moeilijkheden red. ) krijgen de opdracht om actief werk te maken van de opsporing van slapende vennootschappen. Niet alleen entiteiten die geen jaarrekening neerleggen, maar ook vennootschappen waarvan de beheerders niet beschikken over de nodige beroepsbekwaamheid kunnen uit de economie geplukt worden. De vennootschappen worden vervolgens onmiddellijk gerechtelijk ontbonden of doorverwezen naar de feitenkamer van de rechtbank, die ze kan ontbinden na de betrokkenen te hebben verhoord.

Potentieel gevaar

Het is goed dat de wetgever spookbedrijven aanpakt. Slapende vennootschappen zijn meer dan economisch restafval, ze zijn potentieel gevaarlijk restafval. Op zich is een slapende entiteit natuurlijk geen fraude, maar ze vormen wel het ideale vehikel voor fraude. Bijgevolg is er een markt voor.

Mensen met criminele intenties kunnen voor enkele duizenden euro’s al een bvba kopen. Zo hebben ze meteen een bedrijf, zonder dat er tussenkomst van een notaris of bewijzen van beroepsbekwaamheid vereist zijn. Vervolgens is het niet zo moeilijk om bijvoorbeeld dure machines aan te kopen en die vervolgens te verkopen in het buitenland. Of bouwopdrachten in de wacht te slepen en ten slotte te verdwijnen wanneer onbetaalde leveranciers ongeduldig worden. 

Brede definitie

Spookvennootschappen zijn de ideale dekmantel voor illegale activiteiten. En criminelen hoeven ze niet ver te zoeken. In 2013  ponneerde justitie dat ons land, op basis van jaarrekeningen die al te laat of niet werden gepubliceerd,  zo’n 140.000 slapende vennootschappen telt. Hoog tijd voor actie dus. Maar of de huidige wet en de daarmee gepaard gaande enge definitie van de slapende vennootschap volstaat, is nog maar de vraag.

Neem nu die definitie. Niet enkel bedrijven die geen jaarrekening publiceren, bevinden zich in de schemerzone. Denk bijvoorbeeld aan vennootschappen die jaren aan een stuk dezelfde jaarrekening publiceren. Of wat met bedrijven die maanden aan een stuk geen facturen uitschrijven noch facturen ontvangen of waar geen enkele vorm van handel kan worden vastgesteld? En wat met de vennootschappen zonder duidelijke contactgegevens?

Er zijn betere en meer nauwkeurige methodes om slapende vennootschappen in ons land op te sporen dan enkel kijken naar de jaarrekening. En het is niet eens zo moeilijk voor de rechtbank om gebruik te maken van die methodes. We hoeven er zelfs de huidige wet niet voor te wijzigen. Onder artikel XX.7 staat immers het volgende: ‘De rechtbank onderzoekt ambtshalve alle omstandigheden die relevant zijn voor de insolventieprocedure en beveelt ambtshalve elke nuttige onderzoeksmaatregel.’ Vrij vertaald: de voorzitter van de rechtbank mag alle onderzoeksdaden stellen die hij nodig acht.

Rechtbank-shoppen

Zelfs als de rechtbanken deze raad ter harte nemen, dan nog rijst de vraag of ze in staat zullen zijn om de spookvennootschappen te bestrijden. De kamers voor handelsonderzoek belasten met de taak om de economie uit te zuiveren, is één zaak. Maar dan moeten ze er ook voldoende personeel en het budget voor krijgen. Nu riskeert de overheid dat de ene rechtbank de taak al beter zal vervullen dan de andere. Dat laat criminelen toe om te ‘shoppen’ van arrondissement tot arrondissement. Ze laten de keuze van hun dekmantel afhangen van de inspanningen van de lokale kamer voor handelsonderzoek. Een perverse situatie die we te allen tijde moeten vermijden.

Conclusie? Minister van Justitie Koen Geens bindt terecht de strijd aan met de spookbedrijven. Het is een logische keuze om deze taak toe te vertrouwen aan de kamers voor handelsonderzoek. Maar het gevaar echt elimineren, vraagt een bredere definitie en financiële bewapening van de rechtbanken. Voer voor een volgende missie.

Deze blog verscheen eerder ook bij Fokus op 10 november 2017.