Artikel
Geschreven door Christoph Van der Elst
Posted on 07/11/2019

Ondernemen met of zonder kapitaal en financieel plan

419 keer gelezen

Starters staan voor heel wat uitdagingen. Een recente blog vat het kernachtig samen. Ondernemers moeten creëren, anticiperen, zich aanpassen, maar ook proberen, mislukken, opnieuw proberen en dan toch slagen. Veel ondernemers die hierbij niet hun hele eigen hebben en houden willen riskeren, richten daarvoor een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid op. Die moet vervolgens van een minimumkapitaal worden voorzien. De omvang van dit kapitaal dient de oprichter in een financieel plan te motiveren. In het nieuwe recht wordt de eerste vereiste voor de besloten vennootschap echter overbodig. De tweede vereiste blijft evenwel van toepassing.

De internationale concurrentiestrijd tussen de wetgevers en het zogenaamd oubollig idee van schuldeisersbescherming via kapitaal ondersteunden de beslissing van de Belgische wetgever. Veel empirisch onderzoek ligt er niet aan ten grondslag. Graydon leverde echter de nodige gegevens om dit te bestuderen en daar verandering in te brengen.

Overlevingspercentage na zes jaar

Voor ruim 2.000 ondernemingen in twee sectoren die in 2011 startten, hebben we de overlevingskansen in kaart gebracht. Zes jaar na de oprichting ligt het overlevingspercentage bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (BVBA) hoger dan bij de vennootschap onder firma (VOF) en de gewone commanditaire vennootschap (COMV). Van de eerste groep is 85% nog aan de slag in 2017, van de tweede groep slechts 70%.

Dit betekent evenwel niet dat er in de laatste categorieën meer faillissementen werden genoteerd. Integendeel zelfs. Ondernemers in een VOF of COMV zetten hun activiteiten sneller stop. Wellicht om hun eigen bezittingen niet op het spel te zetten. Ondernemers in een BVBA lopen dit risico nauwelijks. Daardoor kunnen ze het signaal om de voortzetting in vraag te stellen langer negeren. Met een faillissement tot gevolg.

Scharniermoment na drie jaar

Het financieel plan lijkt geen significante invloed uit te oefenen op het succes van de onderneming. De resultaten tonen aan dat er slechts beperkte verschillen zijn in de omvang van de groep van BVBA’s die tijdens de eerste drie jaar na oprichting failliet gaan en de groep die erna in faling gaat. De termijn van drie jaar is een scharniermoment. Oprichters kunnen persoonlijk aangesproken worden wanneer de vennootschap failleert binnen de eerste drie jaar en het achteraf blijkt dat ze manifest te weinig middelen ter beschikking had om de eerste twee jaar te overleven.

Minimumkapitaal

De dubbele vereiste van een minimumkapitaal en een financieel plan brengt evenwel een ander verschil aan het licht. Als het financieel plan zou uitwijzen dat de onderneming operationeel kan draaien met minder dan het minimumkapitaal, dan zijn de oprichters alsnog gehouden om de vennootschap van dit minimumkapitaal te voorzien. Die buffer lijkt te resulteren in een relatief lager aantal faillissementen vergeleken met het aantal dat opgetekend werd in de groep vennootschappen die opgericht is met meer dan het minimumkapitaal.

Ook negatieve solvabiliteitsratio’s op het einde van het tweede jaar komen minder voor bij vennootschappen met een minimumkapitaal ten opzichte van de vennootschappen met een hoger kapitaal. Anders gesteld, in de groep vennootschappen met het minimumkapitaal zal een verkeerde inschatting in het financieel plan, niet in gelijke mate leiden tot het faillissement. Omdat het minimumkapitaal in een grotere buffer voorziet dan diegene die zou vereist zijn op basis van dit financieel plan. Het minimumkapitaal lijkt hiermee toe te laten verlieslatende activiteiten langer dan noodzakelijk te laten voortbestaan.

Voldoende eigen vermogen

De wetgever maakte inmiddels komaf met het minimumkapitaal voor de BV. De verplichting om voldoende eigen vermogen te voorzien, ondersteund met een aangescherpt financieel plan, is behouden. Logisch dat we in de nabije toekomst zullen onderzoeken welke effecten deze afschaffing tot gevolg heeft op de aanleg van eigen vermogen. Maar nog veel belangrijker, of de economie baat heeft bij de verschuiving van kapitaal naar andere maatregelen die schuldeisers beschermen.

Het volledige onderzoek vindt u terug in ons download center.

The Effectiveness of Minimum Capital and the Financial Plan: An Empirical Study of the Belgian Experience

Belgian and European perspectives on creditor protection in closed companies.jpgDe publicatie is een onderdeel van het boek ‘Belgian and European perspectives on creditor protection in closed companies’. Het boek draagt ​​bij aan het voortdurende debat over de optimale juridische strategie met betrekking tot de bescherming van schuldeisers. Daarnaast biedt het waardevolle inzichten over de achtergrond en de grondslagen voor de opmerkelijke benadering van de bescherming van schuldeisers in de nieuwe Belgische vennootschapswet 2019.

Met bijdragen van Diederik Bruloot en Evariest Callens, Isabelle Corbisier,  Hans De Wulf, Miguel Gimeno Ribes, Frederic Helsen, Simon Landuyt, Christoph Van der Elst en Jasper Van Eetvelde.