Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 28/09/2018

Nieuwe vennootschapswet mist belangrijke kans voor corporate governance

356 keer gelezen

Als alles blijft lopen zoals gepland wordt nog voor het jaareinde de nieuwe vennootschapswet gestemd in de Kamer. Op 13 september jongstleden leverde de Raad van State haar adviezen af op 64 amendementen. Een ambitieuze hervorming, maar de definitieve tekst heeft een hiaat: op het laatste moment werd het duaal bestuur geschrapt uit de mogelijkheden voor bv’s. Op het eerste zicht misschien een nietszeggend detail, in werkelijkheid een gemiste kans voor corporate governance.

Precies een jaar geleden raakten de eerste details bekend van de hervormingsplannen voor het vennootschapswetboek. In zijn voorstel snoeide minister van Justitie Koen Geens (CD&V) stevig in het aantal vennootschapsvormen, maakte hij korte metten met de verplichte kapitaalsvereisten voor bv’s (opvolger bvba) en gaf hij oprichters een pak meer contractuele en statutaire vrijheid, zoals meervoudig stemrecht van aandeelhouders. Doelstelling? De bestaande wetgeving moderniseren, in lijn brengen met Europese ontwikkelingen en ondernemerschap te stimuleren.

Duaal bestuur

De voornemens bleven geen dode letter. Wordt de wet gestemd, dan verdwijnen enkele drempels bij de oprichting van een bedrijf. Daarbij krijgen ondernemers meer dan ooit de kans om hun statuten en vennootschapsvorm aan te passen aan hun specifieke noden. Een van die nieuwe vrijheden is de keuze van bestuursvorm. Had een bvba als enige optie een klassiek monistisch bestuur - een bestuurscollege dat gezamenlijk beslist - dan kreeg de bv in het ontwerp van de nieuwe wet steevast drie mogelijkheden: een monistisch, eenhoofdig of duaal bestuur.

Vooral die laatste optie was interessant. Een duaal bestuur is een tweeledige bestuursvorm met twee comités: een directiecomité dat zich buigt over het dagelijks bestuur enerzijds en een adviescomité dat de strategische lijnen uitstippelt en bewaakt anderzijds. Maar om onduidelijke redenen is die derde optie geschrapt uit de definitieve wettekst. En dat is bijzonder jammer.

Code Buysse

Het idee achter een duaal bestuur is helemaal niet nieuw. Het concept ontstond in de jaren 1980 onder de vlag van corporate governance en de Code Buysse (leidraad voor deugdelijk bestuur niet-beursgenoteerde bedrijven). Baron Paul Buysse toonde zich altijd een grote voorstander van het idee. Verschillende grote bedrijven riepen sindsdien een adviesraad in het leven, bestaande uit ervaren bedrijfsleiders, politici of andere belangrijke figuren uit het ondernemerslandschap. Doelstelling? Gebruik maken van hun ervaring en helikopterzicht om het bedrijf op lange termijn vooruit te helpen en de missie en visie mee vorm te geven en te bewaken. Ex-premier Jean-Luc Dehaene zetelde bijvoorbeeld in verschillende adviesraden, waaronder die van Dexia en AB Inbev. Maar ook andere vooraanstaande personen en politici stelden hun expertise gretig ter beschikking.

Hoewel de adviesraden - en vooral de daaraan gekoppelde verloning - recent ter discussie stonden in het debat rond de combinatie van (politieke) mandaten, heeft het concept wel degelijk zijn nut bewezen. Vandaag kiezen niet alleen grote bedrijven, maar ook steeds meer start-ups bewust voor een adviescomité. Een goed idee is één zaak, het vervolgens succesvol naar de markt brengen vraagt knowhow, ervaring en een netwerk. Iets wat veel jonge ondernemingen missen. Een adviescomité met goed gekozen mensen lost dat probleem op. De reputatie en invloed van de leden helpen deuren openen en hun ervaring is een handig instrument om strategische valkuilen te vermijden.

Schemerzone

Het staat oprichters van een bv natuurlijk nog steeds vrij om zo’n adviescomité op te richten. Maar door de bestuursvorm niet op te nemen in de wet en dus niet te legaliseren, mist Geens een belangrijke kans. Het duaal bestuur verankeren in de wet, haalt het concept uit de schemerzone. Een legaal karakter zou komaf maken met eventuele onduidelijkheden over taakverdeling, verloning en functie. Omdat die zaken vandaag nergens worden vastgelegd, heerst er - niet geheel onterecht -  veel wantrouwen rond het concept. Zo zag Telenet zich vorig jaar verplicht zijn adviesraad op te doeken na de commotie rond het lidmaatschap en verloning van Siegfried Bracke (N-VA).

Door het duaal bestuur op te nemen als officiële bestuursvorm, zou de overheid bovendien meer start-ups aanzetten om op zijn minst na te denken over de eventuele oprichting van een adviescomité. Een zet die, gezien de bewezen voordelen van zo’n comité, jonge bedrijven met groeipotentieel alleen maar ten goede zou komen. Ervaring, knowhow en connecties zijn precies de katalysatoren die een start-up doen ontpoppen tot een internationale gazelle. En was het niet de bedoeling van de overheid om juist dat ondernemerschap te stimuleren?