Artikel
Geschreven door Brenda Lioris
Posted on 12/09/2018

Hervormd pandrecht in werking getreden

136 keer gelezen

Het pandrecht geeft de pandhouder het recht om bij voorrang boven de andere schuldeisers te worden betaald uit de bezwaarde goederen. De wetgever benadrukt dat dit recht van voorrang geldt als een voorrecht, zoals bedoeld in de hypotheekwet. Dit geeft de pandhouder een preferentieel recht op het bezwaarde goed en dus voorrang op andere schuldeisers.

Met die aanvullende specificatie zijn de pandhouders ook begrepen in bijvoorbeeld het begrip ‘schuldeisers met een voorrecht’. Zij zorgt er eveneens voor dat het pandrecht bijvoorbeeld valt onder de ‘rechten van hypotheek en van voorrecht’, zoals bedoeld in de faillissementswet.

Voorwerp

Het pandrecht kan niet alleen een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed als voorwerp hebben. Het kunnen ook goederen die roerend zijn uit hun aard, maar onroerend zijn geworden door bestemming. Dit betekent dat het pandrecht dat gevestigd is op een roerend goed dat achteraf onroerend is geworden niet aangetast wordt door die onroerendmaking. Het pandrecht kan hierdoor ook gevestigd worden op goederen die op het moment van de vestiging al onroerend door bestemming waren.

Uitgesloten zijn zeeschepen en vaartuigen die vallen onder het afzonderlijk regime van de scheepshypotheek.

Omvang pandrecht

Het pandrecht strekt zich – binnen het overeengekomen bedrag – uit tot de hoofdsom van de gewaarborgde schuldvordering en tot de aanhorigheden (zoals interest, uitwinningskosten). De wetgever stelt duidelijk dat het precieze bedrag van de hoofdsom het bedrag is op het moment van de verdeling of de toerekening.

Herverpanding

Herverpanding door de pandhouder kan slechts als de pandgever daarmee instemt.

Tegenwerpelijkheid pandrecht op schuldvordering

Het pandrecht op een schuldvordering kon op twee manieren tegenstelbaar gemaakt worden aan derden: via registratie in het pandregister of via de zogenaamde ‘controle’ of buitenbezitstelling. Van die dubbele mogelijkheid stapt men af. De tegenwerpelijkheid van het pandrecht op een schuldvordering via registratie wordt geschrapt.

In heel wat gevallen heeft de  registrerende pandhouder immers al eerder de ‘controle’ van de schuldvordering gekregen, zodat derden die het pandregister consulteren geen waarheidsgetrouw beeld krijgen van de echte toestand.

Hierdoor wordt het pandrecht tegenwerpelijk aan derden zodra de pandhouder de pandovereenkomst heeft gesloten. Op dat moment komt hij in het bezit van de in pand gegeven schuldvordering. De pandhouder krijgt echter alleen het bezit krachtens de pandovereenkomst als hij ook bevoegd is om de kennisgeving te doen aan de schuldenaar van de verpande schuldvordering.

De verpanding is pas tegenwerpelijk aan de schuldenaar van de verpande schuldvordering nadat de verpanding hem ter kennis is gebracht of door hem erkend is.

Eigendomsvoorbehoud

Verkopers zullen een beding van eigendomsvoorbehoud kunnen registreren in het pandregister. Dat is geen verplichting en niet noodzakelijk voor de geldigheid of de tegenwerpelijkheid van het beding. Voor uw rechtszekerheid is het wel een goed idee. Bijvoorbeeld bij een verkoop van roerende goederen die onroerend worden door incorporatie. De rechten van de verkoper kunnen hier in conflict komen met de rechten van de hypothecaire schuldeiser. Het eigendomsvoorbehoud wordt in dat geval behouden wanneer het geregistreerd is in het pandregister.

Bij registratie van het eigendomsvoorbehoud is de verkoper aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van registratie van onjuiste gegevens. De koper moet bovendien door de verkoper schriftelijk ingelicht worden over de registratie.

Volgende gegevens worden geregistreerd: de identiteit van verkoper en koper, de aanwijzing van de verkochte goederen en de onbetaalde koopprijs waarvoor registratie gebeurt, en de verklaring van de verkoper dat de verkoper aansprakelijk is voor de schade die voortvloeit uit de registratie van onjuiste gegevens.

Lasthebbers

De pandhouder of de verkoper zal zijn pandrecht of zijn eigendomsvoorbehoud kunnen laten registreren door een lasthebber. Die kan de gegevens dan ook raadplegen. Werken met een lasthebber is interessant voor het geval de pandhouder of verkoper wegens authentificatieproblemen geen toegang zou hebben tot het register.

Onjuiste gegevens

De  pandgever kan aan de pandhouder vragen om onjuist geregistreerde gegevens te verwijderen of te veranderen. Als pandhouder en pandgever het niet eens zijn, zal hun geschil moeten opgelost worden door de rechtbank. De Administratie - houder van het register - komt niet tussen.

Onbeperkte toegang

Iedereen kan het pandregister raadplegen. Enkel hierdoor is de aan de registratie gekoppelde tegenstelbaarheid te verantwoorden. Vandaar een volledige toegankelijkheid.

Vernieuwing of verwijdering registratie

De vernieuwing van de registratie in het pandregister kan volledig of gedeeltelijk zijn. Bij een volledige vernieuwing wordt de oorspronkelijke registratie in zijn oorspronkelijke versie ongewijzigd bevestigd voor een nieuwe termijn van tien jaar. Gaat de vernieuwing gepaard met een vermindering van het maximaal gewaarborgde bedrag of van de omvang van de in pand gegeven goederen, dan spreekt men van een gedeeltelijke vernieuwing.

De vernieuwing vermeldt het registratienummer van de te vernieuwen registratie. De weergave van de vernieuwde registratie vermeldt ook de datum van de oorspronkelijke registratie.

Ook bij de verwijdering van de registratie zijn er twee mogelijkheden: een gehele of gedeeltelijke verwijdering. Wanneer de  gewaarborgde schuld betaald werd , moet de pandhouder zorgen voor de verwijdering van de registratie van het pandrecht. Doet hij dat niet, dan kan de verwijdering in rechte worden gevorderd. De pandhouder kan de registratie ook gedeeltelijk verwijderen door de vermindering van het geregistreerde maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvorderingen gewaarborgd zijn of door verwijdering van een deel van de goederen waarop het pandrecht slaat.

Uitwinning

Na de uitwinning kan iedere belanghebbende partij naar de rechter stappen om de wijze van uitwinning of de aanwending van de opbrengst te betwisten.

Dat moet binnen een termijn van één maand gebeuren, vanaf de kennisgeving van het einde van de uitwinning door de pandhouder. Oorspronkelijk was een termijn van één jaar voorzien. Door de termijn in te korten wordt een lange periode van onzekerheid vermeden.

Belanghebbenden aan wie de pandhouder de uitwinning niet heeft betekend, krijgen iets meer tijd. Ze hebben drie maanden vanaf het einde van de uitwinning om hun vordering in te stellen.

BronWet van 25 december 2016 houdende de wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de zakelijke zekerheden op roerende goederen, BS 30 december 2016, in werking getreden op  1 januari 2018.