Artikel
Geschreven door Eric Van den Broele
Posted on 09/11/2015

Definitie van ‘bedrijf’: een hoognodige eerste zet

253 keer gelezen

Ondernemingszin is belangrijk in onze maatschappij. Daar zijn we het allemaal over eens. Maar wat houdt die term eigenlijk in? En wat bedoelen we als we het hebben over ‘bedrijven’? Willen we een efficiënt economisch beleid voeren, dan is een duidelijke afbakening cruciaal. Daarom: een voorstel tot definitie. 

Vijf bevriende muziekliefhebbers willen in hun vrije tijd graag iets doen voor de buurt waar ze wonen. Ze richten een vzw op met als doelstelling: jaarlijks een klein, lokaal muziekfestival organiseren om de mensen uit de buurt samen te brengen. Met de opbrengsten van de drankverkoop betalen ze de artiesten en eventuele opbrengsten worden geïnvesteerd in latere edities.

Een initiatief zoals hier beschreven heeft ontegensprekelijk een positief effect op de maatschappij.  Het is bovendien ondernemend, want de vijf vrienden leiden hun project hoogstwaarschijnlijk met hetzelfde professionalisme en dezelfde ondernemingszin als een ‘echte’ bedrijfsleider. Maar dit voorbeeld is niet waar we aan denken als we het hebben over ‘bedrijven’. 

Toch worden vzw’s als deze ook opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, een databank waar zowel de regering als middenveldorganisaties veelal hun beleid op baseren. Ook present in de KBO: overheidsinstellingen zoals OCMW’s en zelfs Kerkfabrieken. Ook moeilijk ‘bedrijven’ te noemen.

Vage termen, fout beleid

Muggenzifterij? Niet bepaald. Zo lang het woord ‘bedrijf’ een vage betekenis heeft, kunnen we geen doelgericht en effectief beleid voeren om het ondernemerschap in ons land te stimuleren. Wie niet weet hoe het met de bedrijven is gesteld, kan immers niet de juiste maatregelen nemen om in te grijpen als het nodig zou zijn. 

Neem bovenstaand voorbeeld: willen we het ondernemerschap van vzw’s stimuleren, dan zijn subsidies een goede oplossing. Maar willen we jongeren aanmoedigen om zelf een bedrijf op te richten, dan hebben fiscale maatregelen of begeleidingsprojecten wellicht meer effect.

Specifieke eigenschappen

Maar hoe kunnen we een bedrijf goed en alomvattend omschrijven? Door uitsluiting. Een bedrijf combineert steeds vier specifieke eigenschappen:

  1. Meerwaardecreatie: Bedrijven nemen actief deel aan het economische leven en ontplooien handelsactiviteiten.
  2. Winstoogmerk: Vzw’s en overheidsinstellingen kunnen ook handelsactiviteiten ontplooien en meerwaarde creëren voor de economie. Maar mogelijke opbrengsten zijn hoogstens een middel, nooit een doel op zich. Overheidsinstellingen verlenen diensten die het openbaar nut ten goede komen en vzw’s dienen een bepaald maatschappelijk doel. Een bedrijf heeft steeds rentabiliteit als opzet.
  3. Ondernemersrisico: Met ondernemen zijn steeds risico’s gemoeid. Bepaalde risico’s zijn zelfs voorbehouden aan bedrijven. Zo kan enkel een bedrijf failliet gaan. Een vereniging van mede-eigenaars (syndicus), een vzw en een overheidsinstelling kunnen schulden hebben, maar niet failliet gaan.
  4. Privé-initiatief: Overheidsinstellingen zoals politiezones en vzw’s zoals kaartclubs of jeugdverenigingen hebben zelden te maken met inbreng van private werkingsmiddelen. Een bedrijf daarentegen, berust steeds op privé-initiatief.

Aan de hand van deze vier criteria kunnen we een duidelijke lijn trekken tussen (ondernemende) entiteiten en bedrijven. Is dit de enige juiste definitie van wat een bedrijf allemaal kan zijn? Dat durf ik niet te beweren. Een eerste en hoognodige aanzet, dat wel. Laat ons vooral de discussie voeren, zodat we, als we het hebben over de hoofdrolspelers van onze economische groei, weten over wie we praten.

Dit artikel maakt deel uit van de reeks publicaties in het kader van de recente studie 'Evoluties in het Bedrijvenlandschap' van Eric Van den Broele.

Lees ook:  ‘Aanzet tot een definitie van het Belgische bedrijfsleven’ (Tine Holvoet).